|
Ik ben klaar met de politieke
correctheid. Niet dat ik alle negers stinkerds ga noemen
of Marokkanen onnodig ga bespotten. Nee, ik heb geen drang
om mensen opzettelijk te gaan kwetsen. Al zijn er natuurlijk
groepen die vragen om hoon. Nee, ik heb het over een ander
soort politiek correctheid.
Een voorbeeld: Op tv zag ik een vrouw die genezen was van
borstkanker. Er werd daar wat over gesproken en ik hoorde
in een vogelvlucht alle clichés:
Je gaat meer genieten van
dit en van dat.
En dan vooral de kleine ditjes en datjes.
Ik durf meer mijn dromen achterna te jagen.
Alles is zo relatief.
Zus en zo.
De clichés die bij mensen passen die dachten dood
te gaan, maar dit toch niet deden.
Dat vind ik totaal geen probleem. Het zijn niet clichés
geworden omdat de zinnen zo lekker bekken, er valt simpelweg
wat voor te zeggen.
Als een soort uitsmijter, een climax wat het hele verhaal
naar ongekende hoogte moest duwen, zei ze: Dankzij
God genas ik van mijn borstkanker. Hij is zo goed voor me.
En het gaat geweldig met me nu.
Op dat moment komt er maar één vraag in mij
op: Interessant. Maar heeft God er in eerste instantie
niet voor gezorgd dat je überhaupt de kanker kreeg?
Na zon vraag breekt de pleuris uit.
En dat is de correctheid waar ik op doel. Er zijn eindeloos
veel mensen bij wie de broek afzakt na zon uitspraak.
Maar je mag het schijnbaar niet zeggen.
Waarom niet?
Een ander voorbeeld: Er was iemand
overleden.
Ik voelde weinig pijn.
Het was een lul van een vent.
Dat was hij voor zijn dood ook al.
En ik was absoluut niet de enige die dat vond. Niet al te
lang na zijn dood sprak ik een vriend die hem ook had gekend.
Hij kwam ter sprake en terloops vertelde ik dat ik hem een
ongelooflijke oetlul vond.
En ineens ben ik een harteloze klootzak.
Is het omdat iemand gecremeerd is dat hij reuze sympathiek
wordt?
Kijk, als ik nou altijd vriendelijk tegen hem had gedaan,
maar hem achter zijn rug had uitgekotst, dan was ik hypocriet
geweest. Maar nu
Waarom moet ik dan ineens
de loftrompet gaan steken?
Een laatste voorbeeld: Kinderen in de trein. Alhoewel ik
in het algemeen geen hekel heb aan kinderen, zijn er kinderen
die zon ongelooflijke teringherrie maken in de trein.
Schreeuwen, krijsen, springen, joelen noem het maar
op.
Alsof ze je bewust lopen uit te lokken.
Ik haat dat.
Ik wil gewoon rustig een boek lezen en uit het raam staren.
Ik heb geen enkel probleem met enig geroezemoes. Ik vind
dat zelfs wel lekker, het kalmeert me.
Maar die schreeuwende kinderen zijn echt tergend.
In tegenstelling tot vele anderen in de trein of
restaurant (zet deze anekdote in een restaurant en het past
even goed) zeg ik er vaak wat van. Meestal heel genuanceerd
en beschaafd. Terwijl ik die etters het liefst hun strot
zou dicht knijpen. Maar wanneer ik dit doe, dan kijken ouders
me aan met een hoe-durf-je-je-met-mijn-kind-te-bemoeien-blik.
Welke ongeveer dezelfde is als de nog-even-en-ik-sla-je-dood-blik.
Hoe kan dat nou?
Onbegrijpelijk.
Iedereen weet toch dat het strontirritant is?
Die ouders net zo goed.
Maar waarom wordt er altijd
zo krampachtig gedaan als het om kinderen gaat? Noem me
dom, of zelfs wereldvreemd, maar ik snap dat niet.
Er zijn van die vragen die je schijnbaar niet mag
stellen. Er zijn dingen die je schijnbaar niet mag zeggen.
Omdat we zo nodig correct moeten zijn.
We moeten lief zijn en niks tegen elkaar zeggen, dan is
de kans het grootst dat we nooit ruzie krijgen. Want ruzie
is toch wel zo erg
En ik ben daar klaar mee. Ik had me voorgenomen zonder goede
voornemens het nieuwe jaar in te gaan.
Ik neem dat terug.
Ik ga schijt hebben aan die
belachelijke correctheid.
Christoffer Binti Mohamed Kasim
|