Andermans idee.

Al wekenlang bekruipt me het gevoel dat ik de verkeerde kant op loop. Na alle afspraken die ik met mezelf had gemaakt om alleen nog maar te doen waar ik zin in heb en waar ik de zin van in zie, lijkt het alsof ik wederom een zijweg ben ingeslagen.

Voor wie doe ik het eigenlijk allemaal?

Blijkbaar niet voor mezelf, want het iets van het niets houdt me inmiddels alweer een paar weken uit mijn slaap. Het zijn verwachtingspatronen. Niet alleen die van mezelf, maar vooral die van anderen. Het is gelukkig weer de schuld van een ander. En die ander dat ben jij!

Kan je wel met je zure bek naar het scherm blijven kijken, maar als jij mij niet het gevoel gaf dat ook ik aan de idealen van onze maatschappij moest voldoen, dan zat ik nu heerlijk op de kinderboerderij. Geitjes te voeren of zoiets.

Maar nee, nee, nee, nee hoor, want ook volgens jou ben ik niet helemaal normaal als ik niet het onderste uit de kan haal. Je moet wel een studie doen en afmaken, want stel je voor dat je netto inkomen je later niet toelaat om je anderhalf kind te onderhouden en bovenal om je tweede hypotheek niet af te kunnen betalen – wat eigenlijk toch niemand echt lukt, want we zitten met z’n allen al in een crisis waar iedereen zijn ogen voor sluit.

IK SLUIT MIJN OGEN NIET!

Ik wil wakker blijven en keihard schreeuwen. Ik wil in iedereen zijn oren schreeuwen. Word verdomme allemaal eens wakker. Waar doe je het voor?

Wat is nou eigenlijk de essentie van jouw leven?
“Ik wil later in ieder geval genoeg verdienen om geen zorgen te hebben.”

Ach rot toch op, we weten allemaal dat het niet uitmaakt hoeveel je verdient, want die zorgen die achterhalen je toch wel.

Zolang iedereen maar alles van de ander verwacht, verlies je alleen maar kracht. De kracht om jezelf te zijn zoals je bent en wilt zijn en niet zoals een ander wilt dat jij bent. Ik wil bomen en planten en stukjes mos, ik wil wonen aan het bos. Ik wil normaal kunnen eten en geen zorgen. Ik wil dat iedereen blijft leven en dat er leven na de dood is. Ik wil kunnen zeggen dat ik kan zeggen wat ik zeggen wil, maar dat kan ik niet.
Ik kan steeds minder.
Ik wil steeds minder.
Alleen ik moet steeds meer.

Ik verwacht van mezelf dat ik de leukste, de liefste en de mooiste ben. Jij verwacht van mij dat ik de grappigste, de beste en de mooiste ben. Iedereen verwacht van mij dat ik de beste en de mooiste ben. Iedereen verwacht maar dat ik goed zal zijn in alles wat ik doe. En dat is heel vervelend of eigenlijk gewoon kut.

Want ik ben niet de beste en de mooiste en misschien faal ik wel in alles wat ik doe, maar is dat dan ook niet goed? Mag ik niet lekker de mist in gaan en fouten maken? Wil jij geen fouten kunnen maken? Wil jij niet zeggen dat je het hebt geprobeerd en dat je niet hebt gedaan wat anderen verwachtten, maar dat je je droom bent na gegaan?

Kan jij zeggen dat jij je droom na gaat?
Of kan jij alleen maar zeggen dat je bestaat?

Ik besta uit verwachtingspatronen en verloren dromen, maar zolang ik nog schreeuwen kan blijf ik lopen. Ik blijf lopen en er zal toch uiteindelijk wel ergens een bestemming zijn.

Christoffer Binti Mohamed Kasim